Blog "Schaf verplichte accountantscontrole in het funderend onderwijs af!"

24 augustus 2017

Afschaffen van verplichte accountantscontrole in het funderend onderwijs vraagt om herijking van; kerndoelen, wetgeving en kwaliteitsniveau van de financiële functie, maar is zeker de moeite waard om te onderzoeken.

De toename van complexe wetgeving zoals de WNT en aanbestedingswetgeving, en aangescherpte kwaliteitseisen als gevolg van AFM reviews en NBA Publiek belang maatregelen zorgen momenteel voor een gespannen relatie tussen accountants en instellingen in met name het funderend onderwijs. De grote (BIG4) accountantskantoren trekken weg uit deze sector gezien de, volgens hun gehanteerde, ‘afbraaktarieven’ in aanbestedingstrajecten. Contracten bij voornamelijk PO (en VO) worden niet meer verlengd en nieuwe aanbestedingsprocedures laten de kantoren aan zich voorbij gaan zo lang instellingen prijs boven kwaliteit stellen.
Maar er speelt meer. Denk aan de onduidelijkheden van de rol van de accountant bij het bestuursverslag in relatie tot het signaleren van risico’s en het ontbreken van beschikbare capaciteit om de controles uit te voeren. De ‘link’ met gemeenten die vrezen zonder accountant te komen zitten is snel gemaakt.
Juist in een periode waarin de rol van de accountant verandert, het vertrouwen in zijn rol onder druk staat en we er voor moeten waken dat de kosten van controle niet meer opwegen tegen het maatschappelijk belang ervan, is het belangrijk na te denken over de toekomst van de verplichte accountantscontrole in het onderwijs. Er is een nieuwe koers en aanpak van de jaarrekening controle nodig in het onderwijs om kosten in de hand te houden en de kwaliteit te waarborgen.
Een verplichte onafhankelijke accountantscontrole wordt noodzakelijk geacht voor organisaties in het publieke domein, gelet op de grote geldstromen die grotendeels afkomstig zijn van de "belastingbetaler". Het vrijgeven van deze wettelijk verplichte controle geeft een stimulans om te veranderen en de weg vrij te maken voor nieuwe innovatieve technieken om zekerheid te verschaffen over standen en stromen, manieren om onregelmatigheden bloot te leggen en methoden om frauduleuze handelingen te detecteren. Denk aan de mogelijkheden van landelijke themaonderzoeken binnen het onderwijs waarbij op basis van beschikbare data en door middel van continuous auditing een goede risico inschatting valt te maken van instellingen in zwaar weer of met verhoogde risico’s. Daarnaast neemt de beschikbare data bij onder andere DUO fors toe, wat een meer centrale aanpak mogelijk maakt, neem bijvoorbeeld de controle van personele lasten. De gemiddelde exploitatie van een onderwijsinstelling bestaat uit ruim 75% personele lasten die goed op landelijk niveau te controleren en te analyseren zijn. Elke instelling is tenslotte wettelijk verplicht haar personeelsgegevens aan DUO aan te leveren en is gebonden aan de van toepassing zijnde CAO.
Ook de instellingen zelf zijn aan zet! Denk aan integrated reporting. Hoe snel en volledig durft een schoolbestuur informatie te delen met een bredere omgeving? Bij volledige transparantie is toch geen verplichte accountantscontrole nodig? Het afschaffen van verplichte accountantscontrole vraagt om het verhogen van de kwaliteit van de financiële functie en interne beheersing binnen de instellingen. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat het onduidelijk is waaraan het onderwijsveld ontvangen middelen voor bijvoorbeeld passend onderwijs besteedt en welke resultaten hiermee worden bereikt (conclusie de Algemene Rekenkamer (ARK) in haar rapport ‘Resultaten verantwoordingsonderzoek jaarverslag OCW 2016)? Het bestuursverslag zou hier toch inzicht in moeten geven.
Kortom, afschaffen van verplichte accountantscontrole in het funderend onderwijs vraagt om herijking van; kerndoelen, wetgeving en kwaliteitsniveau van de financiële functie, maar is zeker de moeite waard om te onderzoeken.
John van der Burg

 

Delen