Blog huurtoeslag

11 juli 2017

Onze collega Kim van Aerle heeft een interessante blog geschreven over de huurtoeslag:

Onlangs heeft de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving geadviseerd om de huurtoeslag voortaan rechtsreek uit te keren aan de woningcorporaties. Staatssecretaris Klijnsma gaf aan hier niet onwelwillend tegenover te staan. Ook het IBO sociale huur noemt dit scenario als denkrichting voor de langere termijn. Deze blog is een eerste verkenning van de (mogelijke) implicaties voor woningcorporaties, mocht deze denkrichting werkelijkheid worden. Immers de maatschappelijke winst van dit voorstel is duidelijk, maar de verborgen kosten bij woningcorporaties zijn niet op het eerste oog inzichtelijk voor politiek en beleidsmakers.

Welk doel heeft de huurtoeslag?

De Huurtoeslag is een instrument om huishoudens financieel te ondersteunen. Dit instrument versterkt dus de mogelijkheden van huishoudens met een laag inkomen om een kwalitatief goede woning te betrekken. Uit de gebondenheid van de besteding van de huurtoeslag: alleen voor betaling van de huur, blijkt dat er achter het verdelingsmotief ook een paternalistisch element zit[1].

Hoe is de huurtoeslag momenteel vormgegeven?

Op dit moment wordt de huurtoeslag rechtstreeks aan burgers uitbetaald. Om huurtoeslag te kunnen krijgen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, zoals het niet overschrijden van de huur-, inkomens- en vermogensgrenzen. Het gaat hierbij om zeer strikte grenzen: met het overschrijden van die grenzen vervalt in een aantal gevallen direct het recht op huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, de rekenhuur en het huishoudtype. Er worden vier huishoudtypen onderscheiden; elk huishoudtype kent een eigen afbouwpunt en ook het afbouwpercentage is verschillend per huishoudtype. De voorlopige huurtoeslag wordt gebaseerd op het inkomen op het jaar T-1 en pas definitief gemaakt als het fiscale inkomen definitief is vastgesteld.

Een van de aanbevelingen uit het rapport “Eenvoud loont, oplossingen om schulden te voorkomen” van Volksgezondheid en Samenleving luidt om de huurtoeslag voortaan meteen naar de woningcorporaties over te maken. Dit betekent in de praktijk voor woningcorporaties dat een tweede geldstroom komt, naast de huurinkomsten die burgers zelf betalen aan woningcorporaties.

Op dit moment is deze denkrichting nog niet concreet uitgewerkt, maar hoe een en ander ook wordt uitgewerkt, voor corporaties zijn nu al een aantal gevolgen te bepalen:

  1. Corporaties krijgen te maken met een tweede onzekere geldstroom die pas na afloop van het boekjaar duidelijk wordt (indien de huidige systematiek van de huurtoeslag wordt gehandhaafd);

  2. Hoe gaan de corporaties bepalen hoe hoog het vermogen van huurders is en het huishoudtype?

  3. Door de wisselwerking van de huurtoeslag en eigen bijdrage ten opzichte van feitelijke huurprijs, moet een woningcorporatie periodiek per individu controleren of deze verhouding nog correct is;

  4. Hoe gaan de corporaties verantwoording afleggen aan de minister van Wonen en Rijksdienst? In de huidige situatie valt de controle van de huurtoeslag onder de Rijksauditdienst. Door het verschuiven van deze geldstroom, zullen de corporaties hierover rechtstreeks verantwoording moeten afleggen aan de minister van Wonen en Rijksdienst (conform de Comptabiliteitswet), net als nu gemeenten. Deze stroom zal dus extra moeten worden gecontroleerd door externe accountants. Daarnaast moeten de corporaties ook de inkomens en vermogens van burgers gaan toetsen, waar dat voorheen gebeurde door de Belastingdienst. Dit betekent meer een efficiencyverlies in de verantwoordingsketen over de huurtoeslag 

Naast de feitelijke implicaties is de principiële vraag of een instrument, dat onderdeel uit maakt van de inkomenspolitiek, wel uitgevoerd moet worden via instellingen die in feite geen onderdeel uitmaken van de Rijksoverheid. Hoe deze denkrichting ook wordt uitgewerkt, er zal hoe dan ook een bepaalde beleidsvrijheid voor woningcorporaties in zitten die mogelijk in strijd is met het gelijkheidsprincipe.

Kortom: het beoogde doel van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving is een nobel streven, maar zoals vaker is uitvoering in de praktijk (veel) weerbarstiger dan in theorie. Hopelijk zal het nieuwe kabinet eerst gedegen inventariseren of de maatschappelijke winst opweegt tegen de praktische bezwaren bij de realisatie van deze denkrichting.  

Dit blog is een eerste aanzet tot discussie en we zijn benieuwd naar andere inzichten en invalshoeken. Ziet u nog bezwaren of voordelen, laat het ons weten!

[1] Bron: IBO sociale huur: de prijs voor betaalbaarheid, december 2016.

Delen