De OOB-status voor woningcorporaties

25 september 2018

Door: Marcel Winkelman

Lang was onduidelijk hoe het stond met de beoogde invoering van de OOB-status voor de woningcorporaties. Recent is bekend geworden dat het ministerie van BZK, na consultatie van onder meer de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) en toezichthouder Autoriteit woningcorporaties (Aw), de grens voor toepassing wenst te stellen op corporaties die meer dan 5.000 verhuureenheden exploiteren.

Wat houdt de OOB-status in?

De OOB-status vloeit voort uit de Wet Toezicht Accountantsorganisaties (Wta). Als een organisatie wordt aangemerkt als organisatie van openbaar belang (OOB) zijn strengere eisen van toepassing op de accountantscontrole. Zo moet het controleteam bij een OOB worden uitgebreid met een onafhankelijk auditpartner die vaststelt dat de jaarrekeningcontrole en de documentatie daarover in het controledossier op toereikende wijze hebben plaatsgevonden. Er worden ook grenzen gesteld aan de periode dat een accountantsorganisatie en individuele leden van het controleteam bij desbetreffende OOB-controle ingeschakeld mogen zijn. Daarnaast zijn bepaalde combinaties van dienstverlening vanuit het accountantskantoor niet langer toegestaan. De OOB-status heeft ook gevolgen voor de wijze van rapporteren door de accountants. Naar verwachting zal voor de OOB-organisaties in de sector een uitgebreidere controleverklaring van toepassing zijn.

Wanneer gaat OOB-status in

Op dit moment is niet geheel duidelijk wanneer de OOB-status voor de corporaties zal ingaan. Gezien de aankomende parlementaire behandeling van de aanpassing van de WTA , lijkt 1 januari 2019 lastig haalbaar. In ieder geval zal een overgangsperiode van een jaar van toepassing zijn, te rekenen vanaf het moment waarop de OOB-status daadwerkelijk van kracht wordt.

Welke gevolgen zijn er voor de corporaties?

In eerste aanleg heeft de invoering van de OOB-status vooral gevolgen voor de accountantskantoren die de controle van de jaarrekening bij woningcorporaties verzorgen. Te verwachten valt echter dat de corporaties ook geconfronteerd zullen worden met gevolgen. Zo valt aan te nemen dat de rekening van de controlerend accountant hoger uitvalt, aangezien deze meer werkzaamheden dient te verrichten en aldus meer tijd zal besteden aan de jaarrekeningcontrole. Onze verwachting is daarnaast dat de druk op de corporaties zal toenemen om hun interne beheersing en het jaarrekeningdossier op een hoger peil te brengen. Er wordt dus ook iets van de corporaties verwacht!

Wat kunt u nu al doen?

Ik adviseer de corporaties om nu al in gesprek te gaan met de controlerend accountant om gezamenlijk de gevolgen van de invoering van de OOB-status in kaart te brengen en hierop acties te kunnen ondernemen. Lacunes in de interne beheersing kunnen worden gedicht, ongewenste combinaties van dienstverlening door het accountantskantoor op grond van het OOB-regime kunnen in kaart worden gebracht, belangrijke verbeterpunten qua dossiervorming kunnen worden opgepakt. Vroegtijdig overleg voorkomt dat u verrast wordt en minder tijd heeft om zelf handelend op te treden. Een overgangsperiode van een jaar lijkt ruim, maar is zo voorbij als u belangrijke dienstverlening bij een andere partij moet gaan onderbrengen en rekening moet worden gehouden met overdracht van werkzaamheden en een inwerkperiode van de nieuwe adviseur. Afsluitend is het voor u goed om te weten dat specialisten u kunnen ondersteunen bij het vaststellen van de mate van “audit readiness” van uw jaarrekeningdossier.

Marcel Winkelman is sinds 1999 in diverse rollen werkzaam binnen de sector toegelaten instellingen volkshuisvesting. Hij is als associate partner verbonden aan Vanberkel Professionals te Zoetermeer.

 

Delen