3 november 2022

Jay Ramtahalsing - Blog

"De langverwachte afdwingbaarheid van de normen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vangt eindelijk aan."

’The world is beautiful, but has a disease called man’’. Dit is een citaat dat regelmatig  terug te vinden is op het internet. De exacte oorsprong van het citaat is niet geheel bekend maar het wordt geacht gebaseerd te zijn op het gedachtegoed van Nietzsche. Inmiddels zijn er talloze natuurdocumentaires van David Attenborough verschenen op Netflix waarin des te duidelijk wordt dat wij als mens een koers hebben ingezet die desastreuze gevolgen heeft voor de natuur en het overige leven op aarde. Ook in de bestseller ‘’Sapiens’’ vertelt Yuval Noah Harrari dat overal waar de Homo sapiens (mens) komen er een spoor van vernieling achterblijft.

Wordt het geen tijd dat multinationals rekening moeten gaan houden met de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, de verontreiniging van de bodem, de aantasting van de ozonlaag en de rechten van de mens?  

In deze amuse ga ik dieper in op maatschappelijk verantwoord ondernemen (hierna: MVO). Allereerst zullen enkele MVO-gedragscodes worden besproken. Vervolgens zullen de laatste ontwikkelingen op het gebied van EU-regelgeving aan bod komen. En als laatst werp ik een blik op de toekomst van MVO.

MVO gedragscodes
Internationaal zijn er veel gedragscodes opgesteld met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik zal enkele kort de revue laten passeren.

De eerste betreft de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights. Hierin zijn grofweg drie pijlers naar voren gekomen die een normatief kader biedt voor staten en ondernemingen. Ik zal mij hier beperken tot het benoemen van pijler twee en drie, aangezien de eerste pijler zich richt tot staten. Pijler twee houdt in dat ondernemingen de verantwoordelijk hebben om negatieve gevolgen van de door of voor hen verrichte activiteiten op de mensenrechten van derden te voorkomen, beperken en verhelpen (duty to respect). Pijler drie houdt in dat er een noodzaak bestaat tot effectief herstel en/of verhaal voor slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen (duty to remedy). Pijler twee is hier voornamelijk van belang. Deze schept de verwachting dat ondernemingen overgaan tot een due diligence procedure op mensenrechtengebied om de impact die hun ondernemingsactiviteiten op mensenrechten hebben in kaart te brengen.

De tweede code is de ILO Declaration. De ILO Declaration geeft aanbevelingen over de verschillende factoren waar ondernemingen rekening mee moeten houden bij het opstellen van fundamentele arbeidsrechten.

De derde code die relevant is zijn de United Nations Global Compact Principles (Ten Principles). Deze principles verlangen van ondernemingen dat zij bepaalde kernwaarden opnemen op het gebied van o.a. mensenrechten, het milieu, fundamentele arbeidsrechten en anticorruptie. Ook wordt van de aangesloten ondernemingen verwacht dat zij jaarlijks hun vooruitgang met betrekking tot de implementatie rapporteren.

De vierde code betreft de OECD Guidelines (OESO-richtlijnen). De OECD Guidelines maken duidelijk wat de overheden van de landen die zijn aangesloten bij de OECD van multinationals verwacht mag worden. De MVO thema’s in de OECD Guidelines komen grotendeels overeen met eerder genoemde Ten Principles. Verder bevat deze code ook een geschillenbeslechtingssysteem. Voor veel overheden, waaronder de Nederlandse, vormen deze richtlijnen het uitgangspunt voor het Internationaal MVO beleid.

De vijfde code is de ISO 26000. Deze code biedt een stappenplan voor ondernemingen over hoe zij om dienen te gaan met maatschappelijk verantwoord ondernemen en hoe zij dit in hun bedrijfsvoering moeten verwerken.

De laatste code betreft de GRI Standards. De GRI standards zijn bepalingen die aangeven aan welke vormvereisten een MVO-verslaggeving dient te voldoen. Concluderend zien we dat er op internationaal gebied diverse codes zijn opgesteld in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Eén overeenkomst die zij vertonen is dat ze allemaal een vrijelijk karakter bevatten.[1]

Verschuiving vrijelijk karakter MVO naar dwingendrechtelijke regels

Zoals eerder aangegeven bestonden de MVO-gedragscodes voorheen voornamelijk uit niet dwingendrechtelijke regels. Dit is de Europese Wetgever ook niet onopgemerkt gebleven. De laatste jaren kwam er steeds meer aandacht voor het feit dat de onderneming als deelnemer aan de samenleving een eigen verantwoordelijkheid heeft om zijn business en de gevolgen ervan te bezien in het licht van de normen van MVO. Naar aanleiding van deze aandacht is er een trend zichtbaar waarbij nieuwe sectorspecifieke EU-regelgeving en algemene dwingendrechtelijke regels steeds vaker specificeren hoe bedrijven kwesties met betrekking tot MVO moeten aanpakken en wat de juridische implicaties zijn als ze dit niet doen.[2]

SFDR 2019
Als onderdeel van het Sustainable Financial Action Plan (SFAP), heeft de EU de eerste bouwstenen geplaatst voor het verduurzamen van de financiële sector en de Europese economie in het licht van de Overeenkomst van Parijs. Eén van deze bouwstenen is de Taxonomieverordening, hét middel om te beoordelen wat een ecologische duurzame investering is en wat juist niet. De andere bouwsteen is de integratie van duurzaamheid (niet alleen ecologisch, maar ook sociaal en bestuurlijk) in de financiële dienstverlening voor alle Europese lidstaten.

De Sustainable Financial Disclosure Regulation (hierna: SFDR) of de Europese verordening 2019/2088 geeft deze noodzakelijke gemeenschappelijke regels voor duurzaamheidstransparantie. Kort gezegd verplicht de SFDR financiële tussenpersonen om transparantie te bieden op de website en reclame, in rapportages en precontractuele informatie. Die precontractuele informatie moet op zowel entiteits- als productniveau. Oftewel: eindgebruikers zoals beleggers moeten op een fatsoenlijke wijze worden geïnformeerd over ecologische, sociale en governance-risico’s (duurzaamheidsrisico’s) en duurzaamheidsfactoren (ecologische, sociale en werkgelegenheidszaken, eerbiediging van de mensenrechten, en bestrijding van corruptie en van omkoping).[3]

CSRD 2021
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is een richtlijn die door de Europese Commissie is aangenomen in april 2021. Deze richtlijn verplicht organisaties te rapporteren over de milieu-impact en de sociale impact van hun bedrijfsactiviteiten. Er wordt ook verplicht om deze informatie te laten toetsen door accountants.

In de praktijk betekent dit dat grote bedrijven een apart MVO-rapport in de jaarrekening moeten opnemen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). In dit deel van de jaarrekening dienen bedrijven uitleg te geven over hun businesscase. Dat betekent dat zij hun visie en strategie moeten toelichten én welke impact deze heeft op milieu en mensen. Een ander onderdeel is dubbele materialiteit op de korte en lange termijn. Daarmee worden niet alleen de risico’s van het klimaat op een bedrijf als ‘materieel’ aangeduid, maar ook andersom: de impact die een bedrijf zelf op het klimaat heeft.[4]

CSDD 2022
Op 23 februari 2022 heeft de Europese Commissie (“Commissie”) een voorstel voor een Corporate Sustainability Due Diligence-richtlijn (“CSDD-voorstel”) gepubliceerd. Dit langverwachte voorstel zou, als het ongewijzigd wordt aangenomen, van bepaalde grote bedrijven in de EU en buiten de EU vereisen dat zij nadelige gevolgen voor de mensenrechten en het milieu van hun bedrijfsactiviteiten identificeren, beperken of voorkomen en uiteindelijk beëindigen. Daarnaast introduceert het voorstel specifieke verbintenissen inzake klimaatverandering en verduidelijkt het de due diligence van bestuurders op het gebied van duurzaamheidskwesties. Het voorstel van de Commissie heeft daarom tot doel duurzaam en verantwoord ondernemen te bevorderen en mensenrechten en milieuoverwegingen te integreren in bedrijfsactiviteiten, waardeketens en corporate governance.

Het CSDD-voorstel is een belangrijk onderdeel van de Europese Green Deal voor een duurzame toekomst. Het voorstel vormt een aanvulling op andere regelgevende initiatieven, zoals het voorstel van de Europese Commissie voor de Corporate Sustainability Reporting Directive (het 'CSRD-voorstel'), de Sustainable Financial Disclosure Regulation (de 'SFDR') en de Taxonomieverordening. Bovendien is het CSDD-voorstel in overeenstemming met de UN Guiding Principles ("UNGP's") en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen ("OESO-richtlijnen").

De in het CSDD-voorstel uiteengezette verplichte praktijken moeten zes zorgvuldigheidsstappen omvatten (eerder gedefinieerd in de OESO-richtsnoeren) om nadelige gevolgen voor de mensenrechten en het milieu te identificeren en aan te pakken. Het CSDD-voorstel maakt gebruik van een combinatie van administratieve handhaving en wettelijke aansprakelijkheid om universele naleving te bewaken en te waarborgen. De lidstaten moeten een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten aanwijzen.

De Europese Commissie zal een Europees netwerk van nationale toezichthoudende autoriteiten opzetten om te zorgen voor een gecoördineerde aanpak. Volgens het voorstel moeten nationale autoriteiten onder meer de bevoegdheid hebben om informatie op te vragen, onderzoeken uit te voeren en administratieve bevelen en sancties uit te vaardigen in geval van overtredingen. Administratieve sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Toezichthouders moeten rekening houden met de inspanningen van bedrijven om aan de regelgeving te voldoen. Het voorstel voorziet in wettelijke aansprakelijkheid voor vennootschappen. Het CSDD-voorstel roept de lidstaten op om een ​​systeem van wettelijke aansprakelijkheid voor bedrijven in te voeren voor schade die aan slachtoffers is toegebracht door het verzuim van bedrijven om de nodige zorgvuldigheid te betrachten, en om passende maatregelen te nemen om eventuele geconstateerde nadelige gevolgen te verhelpen. De EU-lidstaten moeten ervoor zorgen dat de wetten die de aansprakelijkheid van bedrijven regelen, afdwingbaar zijn, zodat de burgerlijke aansprakelijkheid niet wordt afgewezen louter omdat de toepasselijke wet op de aansprakelijkheid van bedrijven geen nationaal recht is. Het CSDD-voorstel bevat ook bepaalde aansprakelijkheidsbeperkingen die bedoeld zijn om de evenredigheid van de betrokken ondernemingen te waarborgen.[5]

Toekomst MVO
De goedkeuring van het CSDD-voorstel is de start van een wetgevingsprocedure naar Europees recht. Het CSDD-voorstel zal nu worden besproken en mogelijk worden gewijzigd door het Europees Parlement en de Raad. Zodra het voorstel wordt aangenomen hebben de EU-lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn in hun nationale wetgeving om te zetten.

Dat deze ontwikkeling in volle gang is blijkt ook uit een kamerbrief van 27 mei 2022, afkomstig van minister Schreinemacher (de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking).

In deze kamerbrief verstrekt de minister een update met betrekking tot de stand van zaken omtrent het opstellen van nationale IMVO-wetgeving. De minister geeft aan dat  het zaak is om de ontwikkelingen in de ons omringende landen en op EU-niveau nauw te betrekken bij de ontwikkeling van nationale wetgeving, zodat een gelijk speelveld geborgd wordt. In antwoord op de vragen van de Tweede Kamer van 16 februari jl. heeft de minister daarom aangegeven dat het wetgevende voorstel van de Europese Commissie inzake de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) als basis zal dienen voor het nationale wetsvoorstel, dat vooruitloopt op de implementatie van de toekomstige CSDDD. Het streven is om beide voorstellen zoveel mogelijk parallel op te laten lopen. Dat laatste houdt ook in dat wijzigingen die voorzien worden in de conceptrichtlijn meegenomen kunnen worden in het nationale wetstraject.[6]

De tijd zal dus moeten uitwijzen wat voor concrete wetgeving er zal ontstaan als gevolg van het CSDD-voorstel. Eén ding is zeker, bedrijven zullen in de nabije toekomst niet meer om MVO heen kunnen en dat is maar goed ook!

[1] Freens O.R.J.C. & Koster H. (2018), Enkele bespiegelingen over (juridische) regulering en instrumenten om maatschappelijk verantwoord ondernemen na te streven, Onderneming en Financiering 26(2): 42-62.
[2]  ‘Voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid op het gebied van duurzaamheid van ondernemingen’, stibbe.com 11 mei 2022.
[3] R. Sanders & D. van Essen, ‘Sustainable Finance: SFDR, informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële sector’, dirkzwager.nl 11 mei 2021.
[4] J. Wehrmeijer, ‘Corporate Sustainability: Wat is de ‘CSRD richtlijn’?’, wolterskluwer.nl 15 juni 2022.
[5] ‘Voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid op het gebied van duurzaamheid van ondernemingen’, stibbe.com 11 mei 2022.
[6] Brief van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 27 mei 2021 (Kamerstukken II 2022, 841960807, nr. 34).
Vond u dit interessant?

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.

Schrijf u nu in
Deel via